Minor Bodem en ondergrond

In samenwerking met SAXION Deventer, Hogeschool Utrecht, Hogeschool Rotterdam, HAS Den Bosch en Windesheim Zwolle is de minor Bodem en ondergrond ontwikkeld. Een specialisatie van een half jaar die studenten inzicht geeft in de plaats, het belang en de mogelijkheden van de bodem in duurzame gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing.

De minor is vooral gericht op integrale gebiedsontwikkelingsopgaven. Studenten werken in multidisciplinaire teams bijvoorbeeld aan cases over bodemdalingsontwikkelingen en bouwen in de ondergrond. In de minor wordt het antwoord gezocht op concrete, actuele vragen en opgaven uit de praktijk. Wie maken er allemaal gebruik van de bodem en ondergrond? Wat betekent veranderend ruimtegebruik voor bestaande waarden, zoals archeologische, natuur-, aardkundige en cultuurhistorische waarden die op en in de bodem en ondergrond aanwezig zijn? Laten ruimtelijke projecten nog wel ruimte voor toekomstige ontwikkelingen? Zijn onze oplossingen duurzaam?

Waarom deze minor?
Het werkveld heeft behoefte aan professionals die het belang inzien van samenwerking tussen partijen met verschillende achtergronden en belangen, en die hiernaar kunnen handelen. Professionals die vanuit hun eigen discipline (kracht) ook breder kunnen denken en schakelen vanuit een breder maatschappelijk belang.

Doelgroep
De minor is beschikbaar voor voltijds studenten die hun propedeutisch examen hebben behaald. De onderwijsmodulen worden eenmaal per jaar aangeboden in Deventer, Utrecht of Rotterdam. De minor is met name interessant voor studenten van een technische, ruimtelijke, bestuurskundige of milieukundige opleiding.

Opzet van de minor
De minor is een mix van theorie en praktijk, van binnen en buiten, van individueel werk en samenwerken in een projectgroep. Er zijn drie leerlijnen:

  1. Opdrachten uit het werkveld vormen de kern van de minor. Deze opdrachten zijn niet kant-en-klaar. De studenten gaan hiervoor met de opdrachtgever in gesprek. Zij stellen als team hun eigen plan van aanpak op voor hun onderzoeksopdracht. De minor heeft diverse praktijkopdrachten in portefeuille. Studenten worden aan de hand van een sollicitatieprocedure over de opdrachten verdeeld.
  2. Om aan de praktijkopdrachten te kunnen werken, is achtergrondkennis nodig. Daarvoor kan de student in het eerste kwartiel diverse hoor- en werkcolleges volgen. In het tweede kwartiel zijn het vooral gastdocenten uit de beroepspraktijk die hun kennis over bodem en ondergrond delen. Thema’s en onderwerpen komen vanuit verschillende invalshoeken aan de orde. Er zijn ook excursies naar inspirerende projecten.
  3. In de minor is er individuele aandacht voor beroepsgerichte competenties en vaardigheden, zoals het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek, communicatie en projectmanagement.

Interdisciplinair
Tijdens de minor gaan studenten in een projectgroep de uitdaging aan om vanuit verschillende invalshoeken te kijken naar maatschappelijke vraagstukken rondom bodem en ondergrond. Een interdisciplinaire aanpak vormt een meerwaarde bij de oplossing. Bij ruimtelijke ontwikkeling hebben ingrepen in de bodem en ondergrond vaak verstrekkende gevolgen. Diverse belanghebbenden zijn betrokken, zoals beslissers, omwonenden, gebruikers, ontwerpers, technici, bouwers, beschermers, etc. Soms is er sprake van lastige dilemma’s en tegengestelde belangen. Tijdens de minor werken studenten aan een realistische opgave waarbij ze die tegenstellingen kunnen tegenkomen. Bij het zoeken naar oplossingen moeten ze zich dan ook kunnen inleven in de verschillende partijen.

Vaak wordt gedacht dat ‘ontwikkelaars’ zoals planologen, ontwerpers, bouwkundigen en civiel technici tegengestelde belangen hebben ten opzichte van ‘beschermers’ zoals archeologen enecologen. Maar eenmaal rond de tafel blijkt er in de praktijk steeds prima samengewerkt te kunnen worden. Dat kan natuurlijk alleen vanuit het respect voor elkaars belang. En dat gaat niet vanzelf; daarvoor moet je de vertrekpunten, taal en belangen van elkaar herkennen en erkennen. De minor draagt bij aan dat inzicht.

Het is in de praktijk belangrijk om vooral te kijken naar wat verbindt en niet naar wat verdeelt. Dat inspireert, vergroot het draagvlak en het resultaat van het eindresultaat van een opdracht. Studenten leggen tijdens de minor de basis voor het interdisciplinair denken en handelen tijdens hun latere loopbaan. Het samen aanpakken van een opdracht uit de praktijk biedt daarvoor een prima gelegenheid.

Meer informatie